ECLI:NL:RVS:2021:2232
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning splitsing pand Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde omgevingsvergunningen voor het wijzigen en splitsen van een pand in Eindhoven. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaren gegrond en bepaalde dat er van rechtswege een vergunning was verleend voor de splitsing in twee zelfstandige appartementen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de aanvraag aan het bestemmingsplan 2004 moest worden getoetst en dat er van rechtswege een vergunning was verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de toetsing aan het bestemmingsplan 2004 terecht was, maar dat er geen vergunning van rechtswege was verleend omdat het college tijdig op de aanvraag had beslist.
Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de eigenaren tegen het besluit van 30 maart 2018 werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het besluit van 6 april 2020 waarin het college de vergunning van rechtswege bekendmaakte, en bepaalde dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tegen dit nieuwe besluit kan alleen bij de Afdeling beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover er van rechtswege een vergunning werd aangenomen.