ECLI:NL:RVS:2021:2241
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor airco-units wegens aantasting daklandschap monument
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning aan Midvast voor het plaatsen van twee airco-units op het dak van het gebouw Prinseneiland 29-31. Na bezwaar van een naastgelegen eigenaar werd deze vergunning echter ingetrokken omdat de airco-units de maximale bouwhoogte overschreden en het daklandschap onevenredig aantasten, wat strijdig is met het bestemmingsplan.
Midvast diende meerdere aanvragen in voor het plaatsen van airco-units, telkens op verschillende locaties en met aanpassingen zoals een groene omheining. Alle aanvragen werden door het college geweigerd vanwege overschrijding van de bouwhoogte en aantasting van het monumentale karakter van het daklandschap, ondersteund door adviezen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
De rechtbank verklaarde de beroepen van Midvast ongegrond, waarna Midvast hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de airco-units het daklandschap onevenredig aantasten, ondanks dat een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is opgenomen. De belangen van de naastgelegen eigenaar en bouwkundige bezwaren tegen inpandige oplossingen zijn daarbij niet relevant.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor airco-units wegens onevenredige aantasting van het monumentale daklandschap.