ECLI:NL:RVS:2021:2301
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 april 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure meldde de staatssecretaris dat de vreemdeling op 29 april 2021 met onbekende bestemming uit de COA-opvang was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met zijn gemachtigde. Hierdoor werd geconcludeerd dat de vreemdeling kennelijk geen prijs meer stelde op de bescherming die hij aanvankelijk zocht.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.