ECLI:NL:RVS:2021:2312
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard in vreemdelingenzaak
In deze zaak heeft de vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op 30 juni 2021 bevestigde de Afdeling de uitspraak van 30 april 2021 van de rechtbank.
Vervolgens verzocht de vreemdeling op 6 juli 2021 om herziening van deze uitspraak en om het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft echter bij uitspraak van 1 oktober 2021 op het verzoek om herziening beslist, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer in behandeling werd genomen.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, die verhinderd was de uitspraak te ondertekenen, en griffier M.E. van Laar LLM was aanwezig.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard.