ECLI:NL:RVS:2021:2318
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 april 2020 een aanvraag af van een vreemdeling om een document te verkrijgen dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag oordeelde op 7 september 2021 echter dat het besluit van de staatssecretaris onrechtmatig was en vernietigde dit, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in en gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de staatssecretaris niet verplicht is om de uitspraak van de rechtbank uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.