ECLI:NL:RVS:2021:2325

Raad van State

Datum uitspraak
20 oktober 2021
Publicatiedatum
20 oktober 2021
Zaaknummer
202105674/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 106 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen bewaring vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 15 juli 2021 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag tegen deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de tenuitvoerlegging van de bewaring betrof, maar ongegrond voor het overige en wees het verzoek om schadevergoeding af.

De vreemdeling ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep slechts mogelijk is tegen de beslissing over de bewaring, niet tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding. Omdat de vreemdeling alleen tegen het deel over schadevergoeding bezwaar maakte, was de Afdeling onbevoegd het hoger beroep te behandelen.

Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 20 oktober 2021.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

202105674/1/V3.
Datum uitspraak: 20 oktober 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 24 augustus 2021 in zaak nr. NL21.12112 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 24 augustus 2021 heeft de rechtbank het door de vreemdeling tegen de maatregel ingestelde beroep gegrond verklaard voor zover dat zag op de tenuitvoerlegging van de maatregel en voor het overige ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat te Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De rechtbank heeft in haar uitspraak onder meer beslist op een verzoek om schadevergoeding (artikel 106 van Pro de Vw 2000). Omdat de vreemdeling het alleen daarmee oneens is, kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder d, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2021
638-906