ECLI:NL:RVS:2021:2333
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging niet-ontvankelijkheidsverklaring bezwaar en proceskostenveroordeling college Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 10 juli 2019 een aanvraag tot verlenging van een voorrangsverklaring af. Tegen dit besluit maakte de aanvrager bezwaar, dat het college op 7 november 2019 niet-ontvankelijk verklaarde wegens vermeende niet-tijdige indiening van de bezwaargronden.
De rechtbank oordeelde dat het college onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat de gronden wel tijdig waren ingediend, zij het naar een verkeerd e-mailadres binnen de gemeente. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Het college stelde hoger beroep in tegen de proceskostenveroordeling, stellende dat het niet-ontvankelijk verklaren niet aan haar te wijten was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het college alleen tegen de proceskostenveroordeling in beroep was gegaan en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat de proceskostenvergoeding terecht was omdat het beroep gegrond werd verklaard en geen klemmende redenen bestonden om daarvan af te zien.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van € 748,00 proceskosten en betaling van griffierecht van € 532,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.