ECLI:NL:RVS:2021:2344
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens onduidelijke identiteit en niet-rechtsgeldige erkenning minderjarige
Appellanten dienden een aanvraag in voor een Nederlands paspoort voor hun minderjarige zoon, geboren in Guinee. De minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat de authenticiteit van de geboorteakte twijfelachtig was en de erkenning van het kind door appellant A volgens Nederlands recht niet rechtsgeldig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht uitging van het deskundigenadvies van het Bureau Documenten van de IND dat de geboorteakte niet betrouwbaar was. De afwijkingen tussen verschillende volets en het ontbreken van een handtekening maakten het onmogelijk de identiteit van het kind vast te stellen. Daarnaast was de erkenning van het kind door appellant A vóór 1 april 2014 niet rechtsgeldig volgens Nederlands recht, omdat appellant A toen gehuwd was met een andere vrouw en geen rechterlijke vaststelling van een nauwe band was gedaan.
De door appellanten aangevoerde Guinese rechterlijke uitspraken boden onvoldoende aanknopingspunten voor het vaststellen van de identiteit en rechtsgeldigheid van de erkenning. Ook was er geen procedurevoorschrift dat de minister verplichtte een advies van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te vragen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen onrechtmatig besluit was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor het Nederlands paspoort blijft afgewezen wegens onduidelijke identiteit en niet-rechtsgeldige erkenning.