ECLI:NL:RVS:2021:2352
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatie- en DHW-vergunningen horecabedrijven Amsterdam
Bij drie besluiten van 16 april 2020 trok de burgemeester van Amsterdam de exploitatievergunningen en de Drank- en Horecawet (DHW) vergunningen in van drie horecabedrijven in het centrum van Amsterdam vanwege overtredingen van onder meer de Apv, Wet arbeid vreemdelingen, Wet minimumloon en Arbeidstijdenwet. De horecabedrijven maakten bezwaar en stelden beroep in, maar de rechtbank verklaarde deze ongegrond. De horecabedrijven gingen in hoger beroep en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de horecabedrijven een spoedeisend belang hadden omdat hun vennoten en gezinnen afhankelijk zijn van de inkomsten en een faillissement dreigde. De belangenafweging wees uit dat het algemene belang van de burgemeester om gevaar voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat te voorkomen minder zwaar woog dan de gevolgen van onmiddellijke sluiting. De horecabedrijven hadden hun bedrijfsvoering verbeterd en overtredingen uit het verleden waren niet herhaald.
De voorzieningenrechter besloot daarom de intrekkingsbesluiten te schorsen en de exploitatie voorlopig toe te staan totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet op het hoger beroep. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de horecabedrijven toegewezen.
Uitkomst: De intrekkingsbesluiten van de burgemeester worden geschorst en de horecabedrijven mogen hun exploitatie voortzetten tijdens het hoger beroep.