ECLI:NL:RVS:2021:236
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 26 oktober 2020 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 januari 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening om de uitvoering van het vonnis op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
Hierdoor hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit te nemen over de aanvraag totdat het hoger beroep is afgerond. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer, met griffier A.M. van Meurs-Heuvel, op 5 februari 2021.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen over de verblijfsvergunningaanvraag totdat het hoger beroep is beslist.