ECLI:NL:RVS:2021:2368
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning wegens openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 14 november 2018 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken met terugwerkende kracht tot 25 november 2017 vanwege redenen van openbare orde. De vreemdeling verblijft sinds 1980 rechtmatig in Nederland en bevindt zich in een terminale fase van een levensbedreigende ziekte, waarvoor hij alleen palliatieve zorg ontvangt. De staatssecretaris heeft uitstel van vertrek verleend tot 7 januari 2021.
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van de verblijfsvergunning ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De vreemdeling wordt gewezen op de mogelijkheid om op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 een nieuwe aanvraag voor uitstel van vertrek in te dienen indien zijn medische toestand daadwerkelijke uitzetting verhindert.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.