ECLI:NL:RVS:2021:2401
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening en handhaving omgevingsvergunning Kattenbrug Groningen
Deze zaak betreft een verzoek tot opheffing van een voorlopige voorziening die de omgevingsvergunning voor de realisatie van de nieuwe Kattenbrug en aanpassingen aan de kade en groenstructuur in Groningen schorst. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen heeft het oorspronkelijke besluit van 12 juli 2019 in stand gelaten en aangevuld met een vergunning voor handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het oordeel voorlopig is en niet bindend in de bodemprocedure. De ruimtelijke onderbouwing toont aan dat de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht niet worden aangetast maar juist worden hersteld en versterkt, hetgeen wordt onderschreven door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeentelijke monumentencommissie.
De voorzieningenrechter acht de betrokkenheid van de waterschappen toereikend en ziet geen aannemelijke risico's van schade door geluid of trillingen. De toets aan een goede ruimtelijke ordening is alsnog verricht. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt toegewezen en het verzoek tot schorsing van het nieuwe besluit afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat vergunninghouders op eigen risico gebruik maken van een vergunning zolang deze niet onherroepelijk is.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en het verzoek tot schorsing van het nieuwe besluit wordt afgewezen.