ECLI:NL:RVS:2021:243
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 13 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit op 6 januari 2021 en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten.
De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in en verzocht eveneens om een voorlopige voorziening, met name om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak in stand blijft en besloot daarom de voorlopige voorziening van de staatssecretaris toe te wijzen.
Omdat de uitspraak van de rechtbank daardoor niet hoeft te worden uitgevoerd, heeft de vreemdeling geen belang bij zijn verzoek. Het verzoek van de vreemdeling werd afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier J.A. Verweij.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat op het hoger beroep is beslist; het verzoek van de vreemdeling wordt afgewezen.