ECLI:NL:RVS:2021:2434
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- S.F.M. Wortmann
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen tijdelijke omgevingsvergunning voor verwijderen orgel uit rijksmonument Leeuwenbergh
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 25 september 2019 een tijdelijke omgevingsvergunning aan Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel N.V. (UMS) voor het tijdelijk verwijderen van een Flentroporgel uit het rijksmonument Leeuwenbergh in Utrecht. Leeuwenbergh, gesticht in 1567 en sinds 1967 rijksmonument, bevat sinds 2010 in de redengevende omschrijving het orgel als bijzonder beschermenswaardig aspect.
De Stichting Gasthuis Leeuwenbergh, voormalig eigenaar van het gebouw, stelde beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ontvankelijk. In deze uitspraak oordeelt de Afdeling dat het college terecht heeft geoordeeld dat voor het verwijderen van het orgel een omgevingsvergunning vereist is, omdat het orgel onderdeel uitmaakt van de redengevende omschrijving van het rijksmonument.
De Stichting voerde aan dat het orgel een roerende zaak is zonder bouwkundige of historische relatie met het gebouw en dat de beschermende werking van de Monumentenwet zich niet uitstrekt tot roerende zaken. De Afdeling verwierp dit betoog, stellende dat het besluit van de minister om het orgel toe te voegen aan de redengevende omschrijving onherroepelijk is en dat het college daarom terecht de vergunning heeft verleend met een voorschrift tot terugplaatsing.
De Afdeling concludeert dat het beroep ongegrond is en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de Stichting terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Gasthuis Leeuwenbergh tegen de tijdelijke omgevingsvergunning is ongegrond verklaard.