ECLI:NL:RVS:2021:2467
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 mei 2020 de verblijfsvergunningen asiel van de vreemdeling voor onbepaalde en bepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 24 september 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het besluit van 6 mei 2020 is geschorst, waardoor de vreemdeling voorlopig niet wordt uitgezet en het verblijf op basis van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in de relevante systemen moet worden geregistreerd.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, die zijn gemaakt voor de beroepsmatige rechtsbijstand van de vreemdeling. De uitspraak is gedaan op 4 november 2021 en betreft een voorlopige voorziening in afwachting van het hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod is geschorst en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.