ECLI:NL:RVS:2021:2514
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen NS inzake verwerking persoonsgegevens OV-chipkaart en internationale treinkaartjes
De appellant verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhavend op te treden tegen de Nederlandse Spoorwegen (NS) wegens vermeende onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens bij drie handelingen: uitbetaling van saldo op anonieme OV-chipkaart, verplichte identificatie bij internationale treinkaartverkoop en het in rekening brengen van servicekosten bij contant opladen.
De AP wees het verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd. De appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het tonen van legitimatie zonder vastlegging van persoonsgegevens geen verwerking is en dat TLS, niet NS, verwerkingsverantwoordelijke is voor het uitbetalen van saldo. De AP mag alleen handhaven bij onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens, niet bij schending van het privéleven op grond van het EVRM.
Voor de internationale treinkaartverkoop concludeerde de Afdeling dat het verzoek ook ziet op verkoop van tickets van buitenlandse vervoerders waarbij NS als verwerker optreedt, maar dat de AP terecht geen nader onderzoek hoefde te doen omdat geen concrete aanwijzingen waren voor overtredingen. Ten aanzien van de servicekosten bij contant opladen werd geoordeeld dat er geen persoonsgegevens worden verwerkt en dat de servicekosten niet discriminerend zijn omdat zij ook gelden voor persoonlijke kaarten en er objectieve redenen zijn voor het onderscheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.