ECLI:NL:RVS:2021:2517
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade in Libanon
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 22 juli 2021. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Afdeling stelde vast dat in Libanon geen uitzonderlijke situatie bestaat waarbij iedere burger een reëel risico op ernstige schade loopt, zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn.
Daarnaast heeft de vreemdeling niet aannemelijk gemaakt dat zij op grond van haar individuele omstandigheden een reëel risico loopt op ernstige schade. De staatssecretaris heeft het risico op ernstige schade beoordeeld aan de hand van persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden van de vreemdeling, in samenhang met de algemene veiligheidssituatie. De Afdeling zag geen aanleiding de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen over de toepassing van een glijdende schaal in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.