ECLI:NL:RVS:2021:2529
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 juni 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en weigerde uitstel van vertrek. De vreemdeling maakte bezwaar dat op 3 maart 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 14 september 2021 eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet op 12 november 2021. De uitspraak betreft een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak waarbij de belangen van de vreemdeling en de staatssecretaris tegen elkaar zijn afgewogen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.