ECLI:NL:RVS:2021:2553
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan wegens onvoldoende motivering tweede woning op perceel
De zaak betreft het bestemmingsplan 'Correctieve herziening bestemmingsplan Woongebieden 2018' van de gemeente Veenendaal, vastgesteld op 19 december 2019. Dit plan verbiedt het bouwen van een tweede woning op het perceel van appellant aan de locatie te Veenendaal. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld omdat het plan niet voorziet in een tweede woning, hetgeen volgens eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak niet berust op een zorgvuldige belangenafweging.
De Raad van State heeft de raad opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen door het besluit nader te motiveren of te wijzigen. De raad heeft een nadere motivering gegeven, waarin zij stelde dat het perceel niet in een 'groene lob' ligt en dat het toestaan van een tweede woning in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening vanwege landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een tweede woning in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Er is geen beleidsmatige bescherming van landschappelijke waarden aangetoond en de stedenbouwkundige argumenten zijn onvoldoende onderbouwd. Ook is het perceel gelegen in stedelijk gebied en is de stedenbouwkundige onderbouwing van appellant positief over de bouw van een tweede woning.
Daarom wordt het besluit van 19 december 2019 vernietigd voor zover het betreft het verbod op een tweede woning op het perceel. De raad wordt opgedragen binnen twintig weken een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de motiveringsvereisten. Proceskosten worden niet toegewezen omdat appellant deze niet heeft gespecificeerd.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het verbod op een tweede woning op het perceel betreft en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.