ECLI:NL:RVS:2021:2570

Raad van State

Datum uitspraak
17 november 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
202100204/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.6 Wet basisregistratie personenArt. 3.9 Wet basisregistratie personenArt. 41 Besluit basisregistratie personenArt. 7:7 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek om gegevens uit basisregistratie personen wegens ontbreken wettelijke grondslag

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft het verzoek van appellant om gegevens uit de basisregistratie personen (brp) te verstrekken afgewezen omdat het verzoek niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet brp. Appellant vroeg om bevestiging of bepaalde personen op specifieke adressen stonden ingeschreven, maar had geen voorafgaande schriftelijke toestemming van deze personen en het gebruik van de gegevens was niet voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift.

De rechtbank oordeelde dat het college niet verplicht was de gevraagde gegevens te verstrekken en adviseerde appellant een adresonderzoek aan te vragen. Appellant betoogde dat het ging om het vaststellen van spookbewoning, een maatschappelijk belang, maar dit werd door de Afdeling verworpen omdat het aanpakken van spookbewoning niet valt onder werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang zoals bedoeld in het Besluit basisregistratie personen.

Verder werd geoordeeld dat het verslag van de hoorzitting een zakelijke weergave is en dat er geen verplichting bestaat tot het maken van een geluidsopname. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om gegevens uit de basisregistratie personen bevestigd.

Uitspraak

202100204/1/A3.
Datum uitspraak: 17 november 2021

AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Den Haag,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 november 2020 in zaak nr. 19/7769 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
Procesverloop
Bij besluit van 20 juni 2019 heeft het college het verzoek van [appellant] om inlichtingen uit de basisregistratie personen (hierna: de brp) afgewezen.
Bij besluit van 12 november 2019 heeft het college, onder aanvulling van de motivering, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 november 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2021, waar [appellant] en [gemachtigde] zijn verschenen.
Overwegingen
1. De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
2. [ appellant] heeft op 11 april en 7 mei 2019 het college gevraagd of het kan bevestigen dat drie met naam genoemde personen op het adres [locatie 1] in Den Haag staan ingeschreven in de brp en of een ander met naam genoemd persoon op het adres [locatie 2] in Den Haag staat ingeschreven in de brp.
3. Het college heeft deze informatie niet verstrekt. Het verzoek van [appellant] voldoet volgens het college niet aan de voorwaarden voor verstrekking van gegevens uit de brp aan derden zoals bedoeld in de artikelen 3.6 en 3.9 van de Wet basisregistratie personen (hierna: de Wet brp). Het gebruik van de door hem gevraagde gegevens is niet voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift. Ook heeft hij geen voorafgaande schriftelijke toestemming overgelegd van de ingeschrevenen over wie de gegevens zijn gevraagd. Evenmin is hij volgens het college, als particuliere verhuurder, aan te merken als een derde die werkzaamheden verricht met een gewichtig maatschappelijk belang zoals bedoeld in bijlage 5 behorend bij artikel 41 van Pro het Besluit basisregistratie personen (hierna: het Besluit).
4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet was gehouden om de gevraagde gegevens te verstrekken. [appellant] zou wel een adresonderzoek aan kunnen vragen. Met betrekking tot het verslag van de hoorzitting heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is gebleken dat het niet voldoet aan de daaraan in redelijkheid te stellen eisen. Er bestaat geen verplichting tot het maken van een geluidsopname van de hoorzitting, aldus de rechtbank.
5. [ appellant] betoogt dat de rechtbank niet alle gegevens bij de uitspraak heeft betrokken. Het gaat hem er niet om te weten te komen wie er op een adres woont. Hij wil weten of mensen niet op een bepaald adres wonen en er dus sprake is van spookbewoning. Spookbewoning is een maatschappelijk fenomeen en van maatschappelijke belang. De rechtbank raadt aan een verzoek te doen van een adresonderzoek, maar zo’n verzoek is juist waar deze zaak mee begon. Hij heeft de indruk dat het college zaken expres vertraagt en niet benoemt. Als voorbeeld noemt hij de wijziging van het huisnummer van het huis waar hij woont. In het verslag van de hoorzitting zijn hele onderwerpen weggelaten en zaken zijn gechargeerd weergegeven. Het verslag was vervolgens moeilijk boven water te krijgen. Er zou door het college een geluidsopname van de hoorzitting worden gemaakt, maar dat is niet gebeurd.
5.1.
In de brieven van 11 april en 7 mei 2019 heeft [appellant] gevraagd om een bevestiging of personen op een bepaald adres in de brp stonden ingeschreven. Hoewel hij deze brieven als onderwerp ‘adresonderzoek’ heeft gegeven, heeft het college deze terecht aangemerkt als een verzoek om het verstrekken van gegevens, gelet op de gevraagde informatie. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het verzoek niet voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van gegevens uit de brp aan derden. Het gebruik van de gegevens is niet voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift, [appellant] heeft geen toestemming van de personen om de adresgegevens aan hem te verstrekken en het gaat niet om het verrichten van werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang. Wat deze werkzaamheden zijn, staat in bijlage 5 van het Besluit. Het aanpakken van spookbewoning is geen werkzaamheid met een gewichtig maatschappelijk belang als genoemd in bijlage 5. Voor toepassing van de artikelen 3.6 en 3.9 van de Wet brp maakt het geen verschil of wordt gevraagd welke personen op een bepaald adres staan ingeschreven of dat wordt gevraagd of bepaalde personen ergens niet staan ingeschreven. Het college heeft terecht de informatie niet verstrekt. De zaak met het huisnummer is een andere zaak, die hier niet voorligt. De Afdeling gaat daar daarom verder niet op in.
5.2.
Ingevolge artikel 7:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt van het horen een verslag gemaakt. Er hoeft geen geluidsopname te worden gemaakt. Het verslag hoeft ook geen letterlijke weergave van het horen te bevatten. Een zakelijke weergave is voldoende. [appellant] heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat in het verslag niet staat dat het hem er niet om gaat om te weten waar iemand woont, maar om te weten of iemand ergens niet woont. In het verslag staat dat hij heeft gezegd: "Het gaat erom dat mensen zogenaamd ergens wonen. In werkelijkheid is dat niet het geval." Dit komt op hetzelfde neer. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verslag geen zakelijke weergave inhoudt van wat partijen tijdens de hoorzitting hebben verklaard. Er bestaat geen verplichting om voordat een besluit wordt genomen een conceptverslag van de hoorzitting ter goedkeuring aan belanghebbenden toe te zenden en dit verslag vervolgens vast te stellen. Nu het college het verslag met het besluit op bezwaar heeft toegezonden, is niet onzorgvuldig gehandeld.
5.3.
Het betoog slaagt niet.
6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Greben, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Greben
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2021

BIJLAGE

Wet basisregistratie personen
Artikel 3.6
1. Het college van burgemeester en wethouders verstrekt op verzoek van een derde aan hem gegevens voor zover:
a. het gebruik van die gegevens is voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift,
b. de derde voorafgaande schriftelijke toestemming heeft van de ingeschrevene over wie gegevens worden verstrekt, of
c. de verstrekking in overeenstemming is met het tweede lid.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang aangewezen, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisregistratie kunnen worden verstrekt. De maatregel bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen en bepaalt of artikel 3.21 op de verstrekking van toepassing is. De maatregel kan beperkingen bevatten ten aanzien van de gegevens die kunnen worden verstrekt.
[…].
Artikel 3.9
1. Op verzoek van een derde kunnen aan hem gegevens worden verstrekt voor zover daarin is voorzien bij gemeentelijke verordening en voor zover:
a. de derde voorafgaande schriftelijke toestemming heeft van de ingeschrevene over wie gegevens worden verstrekt, of
b. de verstrekking in overeenstemming is met het tweede lid.
2. Bij gemeentelijke verordening kunnen door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente worden aangewezen, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisregistratie kunnen worden verstrekt. De verordening bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen. De verordening staat slechts verstrekking toe voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan.
[…].
Besluit basisregistratie personen
Artikel 41
De door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang, bedoeld in artikel 3.6 van de wet, de categorieën van derden die in verband met die werkzaamheden in aanmerking komen voor de verstrekking van gegevens, de beperkingen ten aanzien van de gegevens die kunnen worden verstrekt en de bepaling of artikel 3.21 van de wet op de verstrekking van toepassing is, zijn aangeduid in de tabel die als bijlage 5 bij dit besluit is gevoegd.
Werkzaamheden
Categorieën van derden
Clausulering van de werkzaamheden en beperking van gegevens die kunnen worden verstrekt
Artikel 3.21 toepasselijk
Gerechtelijke werkzaamheden
Een derde die uit hoofde van ambt of beroep gewoonlijk met de hiervoor genoemde werkzaamheden is belast.
De werkzaamheden geschieden in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift.
Ja
Het honoreren van aanspraken van gerechtigden op, al dan niet op termijn opvorderbare gelden, effecten of goederen op de instellingen of verzekeraar
Banken, effecteninstellingen, verzekeraars en beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van Pro de Wet op het financieel toezicht, die zijn ingeschreven in het in artikel 1:107 van Pro die wet bedoelde register.
Uit de basisregistratie kunnen geen andere algemene gegevens worden verstrekt dan: de algemene gegevens geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, overlijdensdatum, algemene gegevens over het adres en datum vertrek uit Nederland.
Nee
Het opsporen van personen in het kader van de werkzaamheden op het terrein van de maatschappelijke zorg, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de Kaderwet VWS-subsidies
Stichting Ambulante FIOM. De werkzaamheden geschieden zodanig dat geen gegevens aan derden worden verstrekt zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de ingeschrevene.
Nee
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 7:7
Van het horen wordt een verslag gemaakt.