Uitspraak
Datum uitspraak: 17 november 2021
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft het verzoek van appellant om gegevens uit de basisregistratie personen (brp) te verstrekken afgewezen omdat het verzoek niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet brp. Appellant vroeg om bevestiging of bepaalde personen op specifieke adressen stonden ingeschreven, maar had geen voorafgaande schriftelijke toestemming van deze personen en het gebruik van de gegevens was niet voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift.
De rechtbank oordeelde dat het college niet verplicht was de gevraagde gegevens te verstrekken en adviseerde appellant een adresonderzoek aan te vragen. Appellant betoogde dat het ging om het vaststellen van spookbewoning, een maatschappelijk belang, maar dit werd door de Afdeling verworpen omdat het aanpakken van spookbewoning niet valt onder werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang zoals bedoeld in het Besluit basisregistratie personen.
Verder werd geoordeeld dat het verslag van de hoorzitting een zakelijke weergave is en dat er geen verplichting bestaat tot het maken van een geluidsopname. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om gegevens uit de basisregistratie personen bevestigd.