ECLI:NL:RVS:2021:2572
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking urgentieverklaring woningzoekende wegens onvoldoende reacties op passende woningen
Appellant ontving op 1 oktober 2019 een urgentieverklaring op grond van geweld en bedreiging, waarmee zij kon reageren op woningen binnen een specifiek zoekprofiel in de regio Rotterdam, met voorkeur voor de subregio Hart van Rotterdam. De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) trok deze urgentieverklaring op 9 januari 2020 in, omdat appellant onvoldoende had gereageerd op passende woningen binnen haar zoekprofiel, zoals vereist in de eerste fase van drie maanden.
Appellant voerde aan dat zij wel voldoende had gereageerd, onder meer op woningen in Delfshaven, dat zij als onderdeel van de voorkeurssubregio beschouwde. Ook stelde zij dat haar schrijnende situatie en medische problemen in acht genomen hadden moeten worden. De rechtbank oordeelde dat de SUWR terecht tot intrekking was overgegaan, omdat Delfshaven niet tot de voorkeurssubregio behoort en appellant slechts eenmaal op een passende woning had gereageerd terwijl drie reacties vereist waren.
De Raad van State oordeelde dat het betoog van appellant over de subregio Delfshaven te laat was ingediend, maar dat dit alsnog in de beoordeling werd meegenomen. Uit de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2015 volgt dat Delfshaven tot de subregio Waterweg behoort en niet tot Hart van Rotterdam. De SUWR had appellant voldoende geïnformeerd over de regels. De hardheidsclausule hoefde niet te worden toegepast omdat geen onbillijkheden van overwegende aard waren vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de SUWR hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat strenge regels gelden voor urgentieverklaringen vanwege de schaarste aan woningen en de noodzaak tot eerlijke verdeling onder woningzoekenden.
Uitkomst: De intrekking van de urgentieverklaring wegens onvoldoende reacties op passende woningen wordt bevestigd.