ECLI:NL:RVS:2021:2626
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking Nederlanderschap wegens onterechte verzwijging huwelijk
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok het Nederlanderschap van appellant in op grond van artikel 14 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat appellant bij zijn naturalisatieprocedure een tweede huwelijk met dezelfde partner zou hebben verzwegen. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, appellant incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het tweede huwelijk geen relevant feit was voor de verkrijging van het Nederlanderschap, omdat het geen gevolgen had voor het verblijfsrecht en niet leidde tot intrekking van de verblijfsvergunning. De rechtbank had ten onrechte aangenomen dat appellant een valse verklaring had afgelegd. Het hoger beroep van de staatssecretaris faalt, het incidenteel hoger beroep van appellant slaagt.
De Afdeling vernietigt het besluit van 7 april 2020 en herroept het intrekkingsbesluit van 28 februari 2018. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak betreft de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Gezinsherenigingsrichtlijn van de EU, waarbij het exclusiviteitsvereiste van huwelijken niet van toepassing is op het tweede huwelijk in Marokko.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap wordt vernietigd en herroepen wegens onterechte verzwijging van een tweede huwelijk.