ECLI:NL:RVS:2021:2645
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- B.J. Schueler
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging exploitatieplan Braassemerland 2019 wegens onzorgvuldige waardering inbrengwaarde gronden
Bij besluit van 27 mei 2019 stelde de raad van de gemeente Kaag en Braassem het exploitatieplan Braassemerland 2019 vast, gericht op het verhalen van exploitatiekosten voor bouwplannen binnen een kleiner gebied dan het bestemmingsplan. Appellanten, eigenaren van gronden binnen het exploitatiegebied, voerden bezwaar aan tegen de vastgestelde inbrengwaarde van hun percelen, stellende dat de taxateurs onvoldoende recente marktkennis hadden en relevante transacties buiten beschouwing lieten.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht het taxatierapport waarin drie referentietransacties werden gebruikt met een peildatum van 7 augustus 2018. Appellanten stelden dat er recentere, hogere transacties waren die niet waren meegenomen. De Afdeling concludeerde dat de raad deze recentere transacties, waarvan de koopovereenkomsten al voor de vaststelling van het exploitatieplan waren gesloten, onder de aandacht van de taxateurs had moeten brengen. Dit nalaten maakte het besluit strijdig met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Verder oordeelde de Afdeling dat de deskundigheid van de taxateurs niet was betwist en dat de gebruikte referentietransacties niet ongeschikt waren. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de raad opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het exploitatieplan Braassemerland 2019 is vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 Awb.