ECLI:NL:RVS:2021:2672
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 18 september 2019 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling heeft schriftelijke uiteenzettingen ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is afgerond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 1 december 2021.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.