ECLI:NL:RVS:2021:2709
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige bewijsbeoordeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 9 juli 2020 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door een relevant document, een kopie van het werkpasje van de vader van de vreemdeling, niet in ontvangst te nemen, niet te onderzoeken en niet mee te nemen in de beoordeling van het asielrelaas. Dit was een schending van de samenwerkingsplicht en leidde tot een onjuiste beoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit van 9 juli 2020 en de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris moet een nieuwe beoordeling uitvoeren waarbij het betreffende document wordt betrokken. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onzorgvuldige bewijsbeoordeling en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.