ECLI:NL:RVS:2021:2740
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en onbevoegdheid hoger beroep ophouding
Bij besluiten van 8 oktober 2021 werd aan de vreemdeling een maatregel van ophouding voor gehoor opgelegd en werd hij in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde op 26 oktober 2021 de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de ophouding, omdat hiertegen geen hoger beroep openstaat volgens artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Voor het hoger beroep tegen de bewaring bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde zich dus onbevoegd voor het hoger beroep tegen de ophouding en wees het hoger beroep tegen de bewaring af, waarmee de uitspraak van de rechtbank ongewijzigd bleef. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd voor het hoger beroep tegen ophouding en bevestigt de uitspraak van de rechtbank inzake bewaring.