ECLI:NL:RVS:2021:2744
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling vergunningen stikstofdepositie Friesland
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende in 2017 vergunningen aan 117 agrarische bedrijven voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebieden, onder toepassing van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). MOB en Leefmilieu maakten bezwaar tegen deze besluiten, waarna de rechtbank Noord-Nederland de vergunningen vernietigde wegens strijd met de Habitatrichtlijn en het PAS.
De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten voor zowel bezwaar als beroep. Het college stelde hoger beroep in tegen deze veroordelingen en voerde aan dat de kostenveroordeling onterecht was omdat de herroeping niet aan hem te wijten was en omdat de rechtbank de zaken niet als samenhangend had aangemerkt, wat leidde tot een te hoge proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de primaire besluiten al ten tijde van verlening niet aan de Habitatrichtlijn voldeden en dat de kostenveroordeling voor bezwaar terecht was. Wel stelde zij vast dat de rechtbank ten onrechte voor elke zaak afzonderlijk proceskosten had toegekend, terwijl de zaken samenhangend waren. Daarom vernietigde de Afdeling de proceskostenveroordelingen van de rechtbank en stelde zij een lagere, samenhangende proceskostenvergoeding vast voor de beroepsfase van acht zaken. Het college hoeft geen proceskosten voor het hoger beroep te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de proceskostenveroordelingen van de rechtbank en stelt een lagere samenhangende proceskostenvergoeding vast.