ECLI:NL:RVS:2021:2751
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor bouw rundveestal wegens strijd met provinciaal ruimtelijk beleid
Appellant vroeg om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe rundveestal op een perceel met bestemming 'Agrarisch-Agrarisch bedrijf'. Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde de vergunning op grond van artikel 2.12 Wabo, omdat het bouwplan in strijd was met de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant 2017, met name artikel 35, tweede lid, dat geen toename van bestaande gebouwen binnen 'Bestaand stedelijk gebied' toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de uitzondering voor grondgebonden veehouderijen van toepassing was, maar de Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat die uitzondering niet geldt voor het deel van het bouwplan binnen 'Bestaand stedelijk gebied'. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met de Verordening ruimte.
De Afdeling constateerde echter dat het college niet heeft onderzocht of een ontheffing als verklaring van geen bedenkingen van het college van gedeputeerde staten vereist was, zoals voorgeschreven in artikel 38.6 van de Verordening ruimte. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 3:46 Awb Pro genomen. De Afdeling draagt het college op binnen twaalf weken dit gebrek te herstellen door zich gemotiveerd uit te laten over de noodzaak van een ontheffing of een andere grond voor weigering.
Uitkomst: Het college moet binnen twaalf weken het besluit herstellen door zich uit te laten over de noodzaak van een ontheffing of een andere grond voor weigering.