ECLI:NL:RVS:2021:2768
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor terugbrengen ondergeschikte bebouwing bij houtbewerkingsbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel legde op 28 maart 2019 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een perceel met een houtbewerkingsbedrijf, om de oppervlakte van ondergeschikte bebouwing terug te brengen. Na bezwaar en wijzigingsbesluiten werd de oppervlakte vastgesteld op maximaal 200 m2 voor bedrijfsbebouwing en 285 m2 voor woonbebouwing. De appellant, een buurman, stelde dat ook buitenopslag en geluidsovertredingen bestonden en dat er geen concreet zicht op legalisering was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit van het college. De appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat er geen overtreding was van de regels omtrent buitenopslag en geluid, dat het college bevoegd was tot handhaving, en dat er concreet zicht op legalisering bestond door het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan.
Verder werd geoordeeld dat de last duidelijk was en dat het niet onredelijk was dat de eigenaar zelf bepaalt welke bebouwing wordt gesloopt, mits de maximale oppervlakte wordt nageleefd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tot terugbrengen van de ondergeschikte bebouwing wordt bevestigd.