ECLI:NL:RVS:2021:2777
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij afwijzing verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit en het daaropvolgende bezwaar werd beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 21 mei 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdeling en referent hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De griffier wees hen erop dat het griffierecht betaald moest worden om het hoger beroep in behandeling te nemen. Ondanks meerdere herinneringen en een aanmaning per aangetekende brief werd het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen. De vreemdeling en referent gaven geen redenen aan om hiervan af te wijken.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, met griffier S.P.M. Zwinkels.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.