ECLI:NL:RVS:2021:2785
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 26 augustus 2021 niet in behandeling is genomen. De rechtbank Den Haag heeft op 9 november 2021 het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat zij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat op basis van de aangevoerde argumenten niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd.
Gezien de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling achtte de voorzieningenrechter het niet gerechtvaardigd om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling wordt niet beschermd tegen overdracht en krijgt geen opvang of verstrekkingen.