ECLI:NL:RVS:2021:2786
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 26 augustus 2021 niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 november 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. Gelet op de aangevoerde argumenten en belangen van beide partijen, is het oordeel dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Daarom is besloten geen voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek om te voorkomen dat de vreemdeling wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen, wordt afgewezen. Tevens hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 13 december 2021 door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.