ECLI:NL:RVS:2021:2796

Raad van State

Datum uitspraak
14 december 2021
Publicatiedatum
14 december 2021
Zaaknummer
202104479/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 maart 2019 een aanvraag van vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Den Haag op 10 juni 2021 het besluit van de staatssecretaris vernietigd en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.

De vreemdelingen stelden vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in, waarbij zij vroegen dat de zoon tot onherroepelijke beslissing op bezwaar als houder van een verblijfsvergunning wordt beschouwd en een geldig legitimatiebewijs ontvangt om onder andere een QR-code te kunnen aanvragen.

De staatssecretaris stelde dat de zoon ten tijde van de aanvraag beschikte over een geldig Chinees paspoort, hetgeen niet werd betwist. Ook werd aangegeven dat het mogelijk is om het paspoort te verlengen of een nieuw paspoort aan te vragen. Daarnaast is het voor ongedocumenteerden mogelijk een vaccinatiebewijs te verkrijgen bij de GGD.

Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 14 december 2021.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de zoon over een geldig paspoort beschikt en alternatieven voor een vaccinatiebewijs beschikbaar zijn.

Uitspraak

202104479/2/V2.
Datum uitspraak: 14 december 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3] (hierna: de zoon),
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 10 juni 2021 in zaken nrs. 20/4603 en 20/5107 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 21 maart 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 29 mei 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 10 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdelingen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdelingen hebben een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat de zoon, totdat onherroepelijk op het bezwaar is beslist, wordt geacht over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te beschikken en dat hij in dat verband wordt voorzien van een geldig legitimatiebewijs  onder meer om een QR-code te kunnen aanvragen.
2.       De staatssecretaris heeft in zijn reactie op het verzoek erop gewezen dat de zoon ten tijde van de aanvraag over een geldig Chinees paspoort beschikte. De vreemdelingen hebben dit niet betwist. Ook hebben zij niet gesteld dat het voor hen niet mogelijk is de geldigheidsduur van dit paspoort te laten verlengen, dan wel zo nodig een nieuw paspoort aan te vragen. Verder blijkt uit openbaar toegankelijke informatie dat het inmiddels voor ongedocumenteerden mogelijk is om bij de GGD een vaccinatiebewijs te verkrijgen. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2021
363-979