ECLI:NL:RVS:2021:2796
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 maart 2019 een aanvraag van vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Den Haag op 10 juni 2021 het besluit van de staatssecretaris vernietigd en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
De vreemdelingen stelden vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in, waarbij zij vroegen dat de zoon tot onherroepelijke beslissing op bezwaar als houder van een verblijfsvergunning wordt beschouwd en een geldig legitimatiebewijs ontvangt om onder andere een QR-code te kunnen aanvragen.
De staatssecretaris stelde dat de zoon ten tijde van de aanvraag beschikte over een geldig Chinees paspoort, hetgeen niet werd betwist. Ook werd aangegeven dat het mogelijk is om het paspoort te verlengen of een nieuw paspoort aan te vragen. Daarnaast is het voor ongedocumenteerden mogelijk een vaccinatiebewijs te verkrijgen bij de GGD.
Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 14 december 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de zoon over een geldig paspoort beschikt en alternatieven voor een vaccinatiebewijs beschikbaar zijn.