ECLI:NL:RVS:2021:2798
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene en niet verlengen verblijfsvergunning regulier
De vreemdeling heeft bij besluit van 22 april 2020 een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en tevens verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen en de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet verlengd.
Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 26 juni 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 april 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen grieven bevat die aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.