ECLI:NL:RVS:2021:2807
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdelingen en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 oktober 2019 besloten om aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdelingen hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 5 juli 2021 de beroepen gegrond verklaarde, de besluiten vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
De vreemdelingen zijn hiertegen in hoger beroep gegaan en hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij verzochten dat zij niet worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen.
De voorzieningenrechter heeft op 15 december 2021 geoordeeld dat gelet op de belangen van beide partijen aanleiding bestaat om de voorlopige voorziening te treffen. De vreemdelingen mogen niet worden overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.