ECLI:NL:RVS:2021:2824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor bedrijfshal fruitverwerking in Werkhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Bunnik verleende op 30 augustus 2019 een omgevingsvergunning aan een vergunninghoudster voor het bouwen van een bedrijfshal ten behoeve van fruitverwerking op een perceel in Werkhoven. Appellanten, wonend nabij het perceel, maakten bezwaar tegen het besluit en stelden dat de vergunninghoudster geen reëel agrarisch bedrijf is en dat de bedrijfshal niet noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Tevens vreesden zij hinder door toename van verkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het perceel bestemd is voor grondgebonden agrarische bedrijvigheid en dat de activiteiten op het perceel worden verricht door één reëel agrarisch bedrijf. De bedrijfshal dient ten behoeve van dit bedrijf en is noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering, waarbij opslag, koeling, sortering en verpakking onderdeel uitmaken van de agrarische activiteiten.
Verder concludeerde de Afdeling dat de adviezen van de Agrarische Beoordelingscommissie zorgvuldig zijn en dat het college terecht op deze adviezen heeft vertrouwd. De vrees voor onevenredige verkeersbelasting door nevenactiviteiten is ongegrond, aangezien de opslag van fruit van derden beperkt is tot 500 m² en het gebruik als distributiecentrum niet aannemelijk is. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de bedrijfshal wordt bevestigd.