ECLI:NL:RVS:2021:2845
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuurlijke boete wegens overtreding minimumloonwet
De staatssecretaris legde op 14 december 2018 een bestuurlijke boete van €31.500,- op aan appellant wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het bezwaar van appellant werd bij besluit van 26 juli 2019 niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat het besluit niet op juiste wijze bekend was gemaakt, omdat het naar een adres in Polen was gestuurd waar hij sinds juli 2018 niet meer woonde. Hij stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De staatssecretaris had echter het besluit verzonden naar het laatst bekende adres in de Basisregistratie Personen, waarvan hij mocht uitgaan dat het juist was. Appellant had nagelaten zijn adreswijziging door te geven aan de staatssecretaris of de gemeenten met het Register Niet-Ingezetenen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het besluit op de voorgeschreven wijze had bekendgemaakt. Het was aan appellant om te zorgen dat zijn adresgegevens correct waren. De overschrijding van de bezwaartermijn was niet verschoonbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.