ECLI:NL:RVS:2021:2878

Raad van State

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
21 december 2021
Zaaknummer
202102638/3/R4
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake voorschot schadevergoeding tegen gemeente Arnhem

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde een verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van Arnhem. Dit verzoek had betrekking op het verkrijgen van een voorschot op een toe te kennen schadevergoeding wegens onrechtmatige besluitvorming of onrechtmatig handelen van het college.

Eerder had de Afdeling het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd, met de opdracht om binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. Verzoeker had vervolgens een beroep ingesteld tegen het nieuwe besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Tevens liep de voorzieningenrechter niet vooruit op de beoordeling van het schadevergoedingsverzoek, dat in een aparte procedure wordt behandeld. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het college werd niet veroordeeld tot het betalen van proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

202102638/3/R4.
Datum uitspraak: 21 december 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], laatstelijk bekend wonend te Arnhem,
verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem,
verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:106, heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van het college van 6 maart 2020 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De Afdeling heeft het college opgedragen om binnen tien weken na de verzending van de hiervoor genoemde uitspraak met inachtneming van hetgeen in die uitspraak onder 3.5 tot en met 3.6 is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Ook heeft de Afdeling bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college het door [verzoeker] tegen het besluit van 4 mei 2017 gemaakte bezwaar gegrond verklaard en dat besluit herroepen.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft een verweerschrift ingediend, waarop [verzoeker] heeft gereageerd.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 december 2021, waaraan het college, vertegenwoordigd door S.A. Joosten, door middel van een videoverbinding heeft deelgenomen.
Overwegingen
1.       In de bodemprocedure verzoekt [verzoeker] de Afdeling om vergoeding van schade die hij door onrechtmatige besluitvorming of onrechtmatig handelen van het college heeft geleden en om schadevergoeding in verband met de duur van de procedure.
2.       Het verzoek om voorlopige voorziening heeft de strekking dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college een voorschot op de toe te kennen schadevergoeding in verband met onrechtmatige besluitvorming of onrechtmatig handelen aan [verzoeker] dient te betalen.
3.       In hetgeen [verzoeker] in zijn schriftelijke stukken heeft gesteld, wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat sprake is van onverwijlde spoed, die, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
4.       De voorzieningenrechter loopt niet vooruit op een oordeel over het verzoek om schadevergoeding in verband met onrechtmatige besluitvorming of onrechtmatig handelen. Dat verzoek wordt beoordeeld in zaak nummer 202107860/1/A2.
5.       Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient te worden afgewezen.
6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Wijgerde, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2021
672