ECLI:NL:RVS:2021:2903
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C.P. Venema
- A. Kuijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Hanzeweg woonwijk Kop van Oost wegens onvoldoende motivering geurbelasting
De raad van de gemeente Lochem stelde op 6 juli 2020 het bestemmingsplan Hanzeweg woonwijk Kop van Oost vast, dat voorziet in de bouw van maximaal 121 woningen op een deel van het bedrijventerrein Hanzeweg. ForFarmers Nederland B.V. en een andere appellant, een mengvoerbedrijf gevestigd nabij het plangebied, maakten bezwaar tegen het plan vanwege mogelijke belemmeringen van hun bedrijfsvoering door geur- en geluidsoverlast en twijfels over het aanvaardbare woon- en leefklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde de zaak aan de hand van rapporten van TAUW over geurbelasting en een akoestisch onderzoek van Alcedo B.V. De appellanten voerden aan dat de geurbelasting onjuist was berekend, met name dat de milieuvergunde rechten niet juist waren meegenomen en dat piekemissies onvoldoende waren onderzocht. De Afdeling oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op de onderzoeksresultaten mocht baseren, ook met betrekking tot de milieuvergunde rechten en de gehanteerde geuremissiekengetallen.
Wel constateerde de Afdeling een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek in de beoordeling van de geurbelasting in het 99,5- en 99,9-percentiel, omdat de raad deze berekeningen niet tijdig had overgelegd. Na heropening van het onderzoek leverde de raad alsnog de berekeningen aan, waarna de Afdeling oordeelde dat het gebrek was hersteld. De Afdeling vernietigde het besluit vanwege strijd met de Awb, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven, zodat de woningbouw kan doorgaan. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd vanwege een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek bij de geurbelasting, maar de rechtsgevolgen blijven in stand zodat de woningbouw kan doorgaan.