ECLI:NL:RVS:2021:2947
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 maart 2019 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 21 september 2021 en beval heroverweging. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening beschermt de belangen van de vreemdeling gedurende de procedure en waarborgt dat hij niet onherroepelijk wordt uitgezet voordat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.