ECLI:NL:RVS:2021:2948
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 23 februari 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de enige grief, die betrekking had op de detentieomstandigheden van Dublinclaimanten in Malta, reeds was beantwoord in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:2791) en dat deze grief daarom faalde.
De Afdeling bevestigde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het besluit van 23 februari 2021 ondeugdelijk was gemotiveerd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.