ECLI:NL:RVS:2021:2964
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, maar dit beroep werd op 8 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van vier weken was ingediend.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze stelde vast dat de rechtbank de termijn verkeerd had berekend doordat zij geen rekening hield met Tweede Pinksterdag, een wettelijke feestdag waarop termijnen worden verlengd. Hierdoor was het beroepschrift op 25 mei 2021 tijdig ingediend.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank.