ECLI:NL:RVS:2021:2994
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenveroordeling bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 oktober 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die dit beroep op 15 november 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het gebrek in de voorbereiding van het besluit van 4 oktober 2021 had gepasseerd op grond van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, ondanks het ontbreken van een medische rapportage. Echter, de rechtbank had ten onrechte afgezien van een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover deze de staatssecretaris niet veroordeelde tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 2.244,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.