ECLI:NL:RVS:2021:3009
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan vanwege onvoldoende motivering bouwhoogte molenbiotoop
De raad van de gemeente Ommen stelde op 11 juni 2020 het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Hammerweg 64" vast, waarin onder meer de bouw van een nieuwe woning op het perceel Hammerweg 64 werd voorzien. Dit perceel is gelegen binnen de gebiedsaanduiding "Vrijwaringszone - Molenbiotoop", bedoeld ter bescherming van de Besthmenermolen.
Stichting Ommer Molens, beheerder van de molen, stelde beroep in tegen het bestemmingsplan omdat de toegestane bouwhoogte van 10 meter voor de woning en 8 meter voor bijgebouwen volgens haar de windvang van de molen negatief zou beïnvloeden. De stichting voerde aan dat de bouwhoogte hoger is dan de molenbiotoopformule voorschrijft en dat de motivering van de raad onvoldoende is, mede omdat de raad zich baseerde op een erfinrichtingsplan en niet op de maximale bouwmogelijkheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de hogere bouwhoogte toelaatbaar is, omdat de windonderzoeken niet uitgingen van de maximale planologische mogelijkheden en geen rekening hielden met het verdwijnen van bomen die de windvang beïnvloeden. Hierdoor is het besluit in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb onvoldoende gemotiveerd en vernietigde de Afdeling het bestemmingsplan voor zover het artikel 11, lid 11.1.2, onder d, betreft.
De raad werd opgedragen binnen vier weken het besluit aan te passen en het griffierecht aan Stichting Ommer Molens te vergoeden.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor zover het artikel 11, lid 11.1.2, onder d, betreft wegens onvoldoende motivering over de bouwhoogte binnen de molenbiotoop.