ECLI:NL:RVS:2021:3029
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 26 juli 2021 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kinderen, stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 6 december 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gelet op de belangen van beide partijen aanleiding bestond om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat de Raad van State uitspraak doet in het hoger beroep. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg en griffier D.I. Schipper op 30 december 2021.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.