ECLI:NL:RVS:2021:3031
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting gemeenschapsonderdaan in afwachting hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 1 juli 2020 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 november 2021 ongegrond heeft verklaard. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat het belang van de vreemdeling om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, zwaarder weegt. Daarom is bepaald dat de vreemdeling voorlopig niet mag worden uitgezet. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 30 december 2021 en betreft een voorlopige voorziening in het kader van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige rechtsbescherming in vreemdelingenzaken, met name waar het verblijfsrecht van een gemeenschapsonderdaan op het spel staat.
Uitkomst: De vreemdeling mag voorlopig niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.