ECLI:NL:RVS:2021:313

Raad van State

Datum uitspraak
17 februari 2021
Publicatiedatum
17 februari 2021
Zaaknummer
202100869/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening opschorting uitvoering rechtbankuitspraak inzake asielaanvraag

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 30 december 2020 besloten een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde dit besluit op 2 februari 2021 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris het asielverzoek binnen een week moest behandelen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en dat de belangen van beide partijen afgewogen moesten worden. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.

De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 17 februari 2021 door voorzieningenrechter J.Th. Drop, met griffier M.E. van Laar LLM.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de rechtbankuitspraak niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202100869/2/V3.
Datum uitspraak: 17 februari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 februari 2021 in zaak nr. NL20.22213 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 30 december 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 2 februari 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat de rechtbankuitspraak in de plaats treedt van dat besluit en de staatssecretaris verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Daarbij heeft de rechtbank de staatssecretaris opgedragen om het asielverzoek binnen een week na de dag van de verzending van de rechtbankuitspraak in behandeling te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.    De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening. Dit betekent dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort met ingang van de dag na bekendmaking van deze uitspraak.
3.    De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Laar
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2021
872.