ECLI:NL:RVS:2021:340
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 1 december 2020 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van partijen geen aanleiding geven tot het treffen van een voorlopige voorziening. De uitspraak van de rechtbank verplicht de staatssecretaris niet tot het verlenen van de vergunning en uitvoering van het vonnis brengt geen onherstelbare gevolgen met zich mee. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €534,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.