ECLI:NL:RVS:2021:350
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 4 mei 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank. Vervolgens verklaarde de rechtbank opnieuw het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet strekte tot het direct verlenen van de vergunning en dat uitvoering van de uitspraak geen onomkeerbare gevolgen had. Ook was geen sprake van een onevenredige inspanning voor de staatssecretaris.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan op 23 februari 2021 door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.