ECLI:NL:RVS:2021:364
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzingsbesluit locatie ondergrondse restafvalcontainers in Amersfoort
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort heeft bij besluit van 8 juni 2020 een locatie aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) nabij het appartement van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit omdat hij niet betrokken was bij de procedure, de locatie ongeschikt achtte en alternatieve locaties geschikter vond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het aanwijzingsbesluit rechtmatig tot stand is gekomen. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb is gevolgd en appellant had gelegenheid tot het indienen van zienswijzen. De feitelijke plaatsing van de containers voorafgaand aan het besluit doet hieraan niet af.
De Afdeling stelt dat het college de locatie in redelijkheid geschikt heeft kunnen achten, mede gelet op de plaatsingscriteria zoals bereikbaarheid, esthetiek en verkeersveiligheid. De door appellant aangevoerde overlast en zwerfafval betreffen handhavingskwesties en vormen geen grond voor vernietiging. Ook is het door appellant aangedragen alternatief niet geschikter vanwege technische en ruimtelijke beperkingen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanwijzingsbesluit voor de locatie van ondergrondse restafvalcontainers wordt ongegrond verklaard.